ECLI:NL:RVS:2016:2543
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming planschade bij normale maatschappelijke ontwikkeling inbreidingslocatie
Het college kende aan belanghebbende een tegemoetkoming in planschade toe wegens een bestemmingsplan dat grotere bebouwingsmogelijkheden op een perceel tegenover zijn woning mogelijk maakte. Belanghebbende ervoer hierdoor geluidshinder, stank, privacyverlies en waardevermindering van zijn woning.
De rechtbank vernietigde het besluit van het college dat het bezwaar ongegrond verklaarde en bepaalde dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand bleven. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat de waardevermindering van belanghebbende niet meer dan vijf procent van de waarde van zijn onroerende zaak bedroeg, wat binnen het normaal maatschappelijk risico valt.
De Afdeling stelde vast dat de planologische ontwikkeling een normale maatschappelijke ontwikkeling betrof, passend binnen de ruimtelijke structuur en het gemeentelijke beleid. De schade was beperkt en de nieuwe woning lag op voldoende afstand. Daarom had belanghebbende geen recht op een tegemoetkoming in planschade.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover die de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet, herroept het besluit van het college en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het verzoek om tegemoetkoming in planschade wordt afgewezen omdat de schade binnen het normaal maatschappelijk risico valt.