ECLI:NL:RVS:2014:1539
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.C. Kranenburg
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit college over tegemoetkoming planschade na planologische wijziging
Het geschil betreft een hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland die het beroep van appellant tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Renkum ongegrond verklaarde. Het college had aan belanghebbende een tegemoetkoming van € 11.600 toegekend wegens planschade veroorzaakt door een planologische wijziging die de waarde van zijn woning deed dalen.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft onderzocht of de waardedaling terecht werd vastgesteld, waarbij het advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) een belangrijke rol speelde. De SAOZ concludeerde dat de planologische wijziging een nadelige positie voor belanghebbende opleverde, ondanks dat het oude planologische regime ook hinder kon veroorzaken. De Afdeling oordeelde dat het college het advies van de SAOZ terecht als grondslag heeft genomen en dat de door appellant ingebrachte deskundigenrapporten onvoldoende aanleiding boden om dit advies te verwerpen.
Verder werd het betoog dat de waardedaling het gevolg was van de economische crisis verworpen, omdat de WOZ-waarde niet vergelijkbaar is met de taxatiewaarde voor planschade. Ook het beroep op het normale maatschappelijke risico faalde, omdat de SAOZ had vastgesteld dat de omvang van het risico niet volledig de schade dekt. Ten slotte werd het beroep op vergoeding van proceskosten afgewezen.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.