ECLI:NL:RVS:2016:1987
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroepen wegens misbruik van procesrecht bij Wob-verzoeken
De zaak betreft meerdere hoger beroepen van appellanten tegen uitspraken van de rechtbank Amsterdam waarin hun beroepen niet-ontvankelijk werden verklaard wegens misbruik van procesrecht. De verzoeken betroffen omvangrijke Wob-verzoeken naar documenten en informatie over verkeersboetes en de handhaving daarvan.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat het indienen van vele gedetailleerde Wob-verzoeken zonder redelijk doel, met het oog op het verkrijgen van dwangsommen en proceskostenvergoedingen, kwalificeert als misbruik van recht. De verzoeken werden ingezet zonder concrete aanwijzingen dat de gevraagde informatie relevant was voor de beoordeling van de boetes.
De Raad bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen in vier zaken en verklaart het hoger beroep in één zaak gegrond om een proceskostenveroordeling ten laste van appellant te vernietigen, omdat de minister niet beroepsmatig werd bijgestaan. De overige uitspraken van de rechtbank worden bevestigd.
De Afdeling benadrukt dat het doel van een Wob-verzoek relevant is voor de beoordeling van misbruik van recht en dat het indienen van verzoeken met het oog op financieel gewin en frustratie jegens het CJIB niet toelaatbaar is. De procedure wordt afgesloten met een terugbetaling van griffierecht aan appellant in de betreffende zaak.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring wegens misbruik van procesrecht en vernietigt deels de proceskostenveroordeling.