ECLI:NL:RVS:2016:1258
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen en matiging na beroep
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om een boete van €8.000 die de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid oplegde aan een onderneming wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank Amsterdam had deze boete vernietigd en bepaald dat geen boete werd opgelegd.
De minister en de onderneming gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de onderneming wel als werkgever in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen moest worden aangemerkt en dat de boete terecht was opgelegd. Wel werd de boete gematigd vanwege inspanningen van de onderneming en vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister, stelde de boete vast op €3.600 (50% matiging en 10% korting wegens termijnoverschrijding) en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vastgesteld op €3.600 en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.