ECLI:NL:RVS:2014:3660
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van terugkeerbesluit vreemdeling wegens onontvankelijkheid beroep
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 18 maart 2014 een terugkeerbesluit genomen waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 juli 2014 niet-ontvankelijk verklaarde.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard, mede omdat het terugkeerbesluit mogelijk in de toekomst kan leiden tot een inreisverbod van vijf jaar volgens artikel 6.5a, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling. Tevens stelde de Afdeling de proceskosten van de vreemdeling in hoger beroep vast op €487,00 en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.