ECLI:NL:RVS:2015:3791
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 31 maart 2015 een terugkeerbesluit genomen waarbij de vreemdeling is opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod is uitgevaardigd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 21 juli 2015 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling constateerde dat de rechtbank het beroep tegen het terugkeerbesluit ten onrechte als niet-ontvankelijk had beoordeeld, maar dit leidde niet tot vernietiging van de uitspraak omdat het beroep inhoudelijk ongegrond was.
De vreemdeling stelde onder meer dat hem ten onrechte geen termijn voor vrijwillig vertrek was gegund, maar deze grond faalde wegens gebrek aan nadere toelichting. Ook het bezwaar tegen het inreisverbod werd verworpen omdat dit geen relevante rechtsvragen opriep. Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Daarnaast wees de Afdeling het verzoek van de vreemdeling om schadevergoeding af, omdat geen omstandigheden aanwezig waren die een dergelijke veroordeling rechtvaardigen. Een proceskostenveroordeling werd eveneens niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.