ECLI:NL:RVS:2012:BX6829
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering over overdracht aan Italië
De vreemdeling, een alleenstaande moeder met een minderjarig kind, diende op 4 augustus 2011 een asielaanvraag in Nederland in. De minister wees deze aanvraag op 12 oktober 2011 af, waarna de voorzieningenrechter dit besluit op 4 januari 2012 bevestigde. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de minister terecht kon uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel bij overdracht van de vreemdeling aan Italië, terwijl zij stelt dat dit leidt tot een schending van artikel 3 EVRM Pro wegens haar kwetsbare positie. De vreemdeling voerde aan dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met specifieke rapporten van de Schweizerische Flüchtlingshilfe en Th. Hammarberg, waarin de problematiek van kwetsbare vreemdelingen in Italië wordt beschreven.
De Afdeling oordeelde dat deze rapporten niet in eerdere uitspraken waren betrokken en dat de minister daarom onvoldoende had gemotiveerd waarom de overdracht aan Italië niet in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro. Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Echter, vanwege de toelichting van de minister dat voorafgaand aan overdracht contact wordt opgenomen met Italiaanse autoriteiten om persoonlijke omstandigheden en hulpbehoefte te bespreken, werd besloten de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.