ECLI:NL:RVS:2013:BZ8387
Raad van State
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- M.L.M. van Loo
- Rechtspraak.nl
Vaststelling in stand blijven rechtsgevolgen afwijzing verblijfsvergunning asiel ondanks vernietiging besluiten
De vreemdelingen hadden in november 2009 asielaanvragen ingediend in Nederland, maar waren via Italië illegaal de EU binnengekomen. De minister van Justitie wees hun aanvragen op 28 juni 2010 af, waarna de rechtbank deze besluiten vernietigde en de minister opdroeg nieuwe besluiten te nemen.
De minister stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke besluiten in stand moesten blijven, mede omdat Italië verantwoordelijk is voor de asielprocedure volgens de Dublin-verordening. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had bepaald dat de rechtsgevolgen in stand blijven, aangezien er geen gegronde redenen zijn om de overdracht aan Italië te weigeren.
De Raad overwoog dat het rapport van de Schweizerische Flüchtlingshilfe geen aanleiding geeft om te concluderen dat overdracht aan Italië in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. Ook de persoonlijke omstandigheden van vreemdeling 1, waaronder psychische problemen en familiebanden, rechtvaardigen geen afwijking van de overdracht.
De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het nieuwe besluiten oplegde, en bepaalt dat de rechtsgevolgen van de besluiten van 28 juni 2010 volledig in stand blijven. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van de besluiten van 28 juni 2010 blijven in stand en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.