ECLI:NL:RVS:2013:BZ8663
Raad van State
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J.H. van der Winden
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verantwoordelijkheid Italië voor asielaanvraag ondanks kwetsbaarheid vreemdeling
De vreemdeling diende op 10 mei 2011 een asielaanvraag in Nederland in, maar had eerder een aanvraag in Italië gedaan. De minister voor Immigratie en Asiel wees de aanvraag af omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublin-verordening. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het besluit van gelijke strekking is en dat toetsing slechts mogelijk is bij nieuwe feiten of omstandigheden.
De vreemdeling voerde aan dat zij als kwetsbare persoon (alleenstaande zwangere vrouw met posttraumatische stressstoornis) niet aan Italië mocht worden overgedragen vanwege het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro. Zij ondersteunde dit met een rapport van de Schweizerische Flüchtlingshilfe. De rechtbank oordeelde dat dit rapport een nieuwe toetsing rechtvaardigde, maar de Afdeling stelde vast dat het rapport en andere documenten onvoldoende aanleiding geven om de overdracht te weigeren.
De staatssecretaris had toegelicht dat voorafgaand aan overdracht contact wordt opgenomen met Italiaanse autoriteiten en dat medische zorg beschikbaar is. De Afdeling bepaalde daarom dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €472,00.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag blijven in stand ondanks de kwetsbaarheid van de vreemdeling.