ECLI:NL:RBDHA:2013:CA1613
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over overdracht kwetsbare asielzoeker aan Italië wegens onvoldoende medische beoordeling
Verzoeker, een Syrische asielzoeker met ernstige hartproblemen, werd door verweerder afgewezen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Italië werd aangewezen als verantwoordelijke lidstaat voor zijn asielaanvraag. Verzoeker stelde dat hij vanwege zijn medische situatie niet adequaat in Italië behandeld zou worden, wat strijdig zou zijn met artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het interstatelijk vertrouwensbeginsel hier van toepassing was, mede omdat verweerder onvoldoende was ingegaan op het rapport van Borderline-Europe dat problematische toegang tot medische zorg in Italië beschreef. Verzoeker had aannemelijk gemaakt dat hij onder specialistische cardiologische behandeling stond en dat de situatie in Italië niet voldeed aan de vereiste zorgstandaarden.
De voorzieningenrechter vernietigde het bestreden besluit wegens schending van het motiveringsbeginsel en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met de medische kwetsbaarheid van verzoeker en de problematiek rond de toegang tot zorg in Italië. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd en verweerder is opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de medische kwetsbaarheid van verzoeker.