ECLI:NL:RVS:2012:BX6497
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoofdverblijf en remigratievoorziening volgens Remigratiewet
Appellant had een aanvraag ingediend voor voorzieningen krachtens de Remigratiewet, welke door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) werd afgewezen omdat hij geen hoofdverblijf in Nederland had. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de uitleg van het begrip hoofdverblijf en de vraag of appellant, ondanks zijn langdurige eerdere verblijf in Nederland en recente terugkeer uit Suriname, nog een duurzaam hoofdverblijf in Nederland had. De SVB hanteert een beleid waarbij slechts één hoofdverblijf tegelijk mogelijk is, waarbij wordt gekeken naar een combinatie van objectieve en subjectieve factoren zoals woon- en werkomgeving, gezinssituatie, financiën en inschrijving in het bevolkingsregister.
De Raad van State oordeelde dat de Remigratiewet en het Uitvoeringsbesluit het begrip hoofdverblijf niet definiëren, maar uit de wet volgt dat een situatie van dubbel hoofdverblijf niet mogelijk is. De SVB heeft beoordelingsvrijheid bij de invulling van het begrip hoofdverblijf en heeft die niet onredelijk toegepast. Gezien de feiten, waaronder de intentie van appellant om niet duurzaam in Nederland te verblijven en zijn gezinssituatie in Suriname, was het redelijk dat de SVB oordeelde dat appellant geen hoofdverblijf in Nederland had.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor remigratievoorziening afgewezen wegens ontbreken van hoofdverblijf in Nederland.