ECLI:NL:RVS:2015:112
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag voorzieningen Remigratiewet wegens ontbreken hoofdverblijf in Nederland
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor voorzieningen krachtens de Remigratiewet, welke door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) is afgewezen. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Appellant stelde dat hij wel degelijk een duurzaam hoofdverblijf in Nederland had en dat de kamer die hij huurde geschikt was voor bewoning.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft overwogen dat de Remigratiewet en het Uitvoeringsbesluit Remigratiewet van toepassing zijn zoals die golden tot 1 juli 2014. Volgens deze wetgeving moet een remigrant onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag in Nederland hebben verbleven en een uitkering hebben ontvangen. De rechtbank heeft geoordeeld dat appellant slechts gedurende een korte periode in Nederland verbleef, dat hij in Turkije een woning heeft waar zijn partner woont, en dat de gehuurde kamer in Nederland niet bestemd is voor duurzame bewoning.
Appellant voerde aan dat hij een sociale en maatschappelijke binding met Nederland heeft, maar dit is door de rechtbank niet gevolgd. Ook een verklaring van zijn ouders over het ontbreken van een woning in Turkije werd niet overtuigend geacht. De Afdeling bevestigt dat de SVB zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellant geen hoofdverblijf in Nederland had ten tijde van de aanvraag.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voorzieningen Remigratiewet wordt bevestigd.