ECLI:NL:RVS:2012:BW5287
Raad van State
- Hoger beroep
- P.A. Offers
- A.M.E.A. Neuwahl
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid bezwaar tegen besluit bestuursdwang en doorzendplicht gerechtshof
Appellant diende op 22 maart 2007 een bezwaarschrift in bij het gerechtshof Amsterdam tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht waarin spoedeisende bestuursdwang was toegepast door zijn auto weg te slepen. Het gerechtshof stuurde dit bezwaarschrift niet door naar het college. Pas op 29 oktober 2009 maakte appellant alsnog bezwaar bij het college, maar dit was buiten de wettelijke termijn.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend en het gerechtshof geen bevoegde administratieve rechter was die het bezwaar had moeten doorzenden. Appellant stelde dat het gerechtshof wel een doorzendplicht had op grond van artikel 6:15 Awb Pro omdat daar administratieve rechters zetelen, maar de Raad van State oordeelde dat appellant kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht had gemaakt door bewust het bezwaar eerst bij het gerechtshof in te dienen om postzegels te besparen.
Hierdoor geldt niet het tijdstip van indiening bij het gerechtshof maar het moment van ontvangst bij het college als bepalend, en dat was te laat. De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bestuursdwangbesluit is niet tijdig ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard.