Uitspraak
200603353/1, aan dat hij als freelancer in aanmerking komt voor vergoeding van het minimumtarief indien de specificatie onvoldoende wordt geacht.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Delft verleende bouwvergunningen voor de nieuwbouw van 300 studentenwoningen op een perceel aan de Balthasar van der Polweg te Delft. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit bezwaar werd door het college kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de bezwaarperiode was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit van het college, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde onder meer aan dat hij als belanghebbende moest worden aangemerkt en dat het college een dwangsom verschuldigd was. De Raad oordeelde dat appellant geen belanghebbende was omdat hij pas na het verstrijken van de bezwaarperiode op de locatie kwam wonen. Ook was het college niet gehouden een dwangsom te betalen bij een kennelijk niet-ontvankelijk bezwaar. Wel stelde de Raad vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat appellant geen recht had op vergoeding van verletkosten, ook al waren deze niet gespecificeerd.
De Raad vernietigde het bestreden vonnis voor zover het appellant geen vergoeding van verletkosten toekende en stelde deze vergoeding forfaitair vast op €27,24. Tevens veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht dat appellant voor het hoger beroep had betaald. Hiermee werd het hoger beroep van appellant gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en appellant krijgt vergoeding van verletkosten, proceskosten en griffierecht toegekend.