Uitspraak
200409392/1) zijn elektronisch vastgelegde gegevens documenten in de zin van artikel 1, aanhef en onder a, van de Wob, waarop het bepaalde in artikel 3 van Pro de Wob van toepassing is.
200702527/1, doet de omstandigheid dat de korpsbeheerder de processen-verbaal naar het openbaar ministerie heeft gezonden opdat een beslissing omtrent strafvervolging genomen kan worden, niet af aan zijn bevoegdheid om op het verzoek om openbaarmaking van de processen-verbaal te beslissen, indien deze tevens bij hem berusten.
200908243/1/H3), in verband met het verzoek om openbaarmaking van deze processen-verbaal met juistheid overwogen dat in artikel 365 van Pro het Wetboek van Strafvordering een bijzondere en uitputtende regeling voor openbaarmaking is vervat, die aan de Wob derogeert. Artikel 365 van Pro het Wetboek van Strafvordering geeft een exclusieve bevoegdheid aan de voorzitter van de strafkamer om een afschrift van de in dat artikel vermelde, tot het strafdossier behorende stukken aan derden te verstrekken. Van andere tot het strafdossier behorende stukken wordt, gelet op die uitputtende regeling, geen afschrift of uitreksel verstrekt. Anders dan de korpsbeheerder heeft gesteld, reikt de strekking van artikel 365 van Pro het Wetboek van Strafvordering evenwel niet zover, dat deze bepaling tevens ziet op stukken die niet aan de strafrechter zijn voorgelegd. Dit laat onverlet dat de korpsbeheerder, nu de processen-verbaal tevens bij het openbaar ministerie berusten, het standpunt van het openbaar ministerie over het verzoek om openbaarmaking bij zijn beslissing in aanmerking zal dienen te nemen.