Uitspraak
200300659/1(AB 2003, 439) wijkt de Wob als algemene openbaarmakingsregeling slechts voor bijzondere openbaarmakingsregelingen met een uitputtend karakter die zijn neergelegd in wetten in formele zin, en is een regeling eerst uitputtend indien zij ertoe strekt te voorkomen dat door (afzonderlijke) toepassing van de Wob afbreuk zou worden gedaan aan de goede werking van de materiële bepalingen in de bijzondere wet. Blijkens het vorenoverwogene heeft de wetgever dit bij het treffen van de bijzondere regeling in titel 2A van de Wjsg niet voor ogen gestaan. Nu het verzoek van [appellant sub 1] naar zijn strekking moet worden aangemerkt als een verzoek ingevolge de Wob, heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat de korpsbeheerder niet meer bevoegd was op dat verzoek te beslissen. Dit laat onverlet dat de korpsbeheerder, nu de gegevens tevens bij het openbaar ministerie berusten, het standpunt van het openbaar ministerie over het verzoek in aanmerking zal nemen bij zijn beslissing.