ECLI:NL:RVS:2011:BS1677
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat nieuw asielmotief niet toelaat tot toetsing in hoger beroep
Deze zaak betreft het hoger beroep van de minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die een eerdere afwijzing van een asielaanvraag vernietigde. De vreemdelingen hadden een opvolgende aanvraag ingediend die was afgewezen, waarna de rechtbank deze afwijzing vernietigde. De minister stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte niet ambtshalve had beoordeeld of er sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die toetsing van het besluit rechtvaardigen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat bij opvolgende aanvragen alleen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden tot toetsing kunnen leiden. De door vreemdelingen aangevoerde nieuwe asielmotieven, waaronder verwestering en risico op strijdige behandeling bij terugkeer naar Afghanistan, waren niet aan de bestuurlijke fase ten grondslag gelegd en konden daarom niet worden betrokken bij de beoordeling.
Daarnaast faalden de overige aangevoerde gronden, zoals de positie van vreemdeling 3 en het Verdrag inzake de rechten van het kind, omdat onvoldoende was toegelicht waarom de gestelde schade zich in zijn geval zou voordoen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en het besluit van 5 april 2007 blijft in stand.