ECLI:NL:RVS:2017:2669
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over de behandeling van nieuwe asielmotieven in beroep bij bestuursrechter eerste aanleg
In twee zaken hebben vreemdelingen nieuwe asielmotieven voor het eerst in beroep bij de bestuursrechter in eerste aanleg aangevoerd, nadat hun oorspronkelijke verzoeken om internationale bescherming waren afgewezen door de staatssecretaris. De bestuursrechter oordeelde dat deze nieuwe motieven bij de beoordeling van het beroep betrokken moeten worden, maar de staatssecretaris stelt dat dit niet is toegestaan volgens vaste Nederlandse rechtspraak en wetgeving.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onderzoekt de vraag of artikel 46, derde lid, van de Procedurerichtlijn (Richtlijn 2013/32/EU), gelezen in samenhang met artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, zich verzet tegen het Nederlandse systeem waarin nieuwe asielmotieven in beroep in beginsel niet worden betrokken bij de beoordeling van het beroep. Daarbij wordt ook gekeken naar het onderscheid tussen daadwerkelijk nieuwe en achtergehouden asielmotieven en naar het verschil tussen eerste en volgende verzoeken om internationale bescherming.
De Afdeling concludeert dat de Procedurerichtlijn geen eenduidig antwoord geeft op deze vraag en dat het nationale recht, mits in overeenstemming met beginselen van gelijkwaardigheid, doeltreffendheid en effectieve rechtsbescherming, hierin een rol speelt. De Afdeling wijst op de procedurele autonomie van lidstaten en de praktische overwegingen van de Nederlandse wetgever. Gezien de onduidelijkheid legt de Afdeling prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie van de Europese Unie en schorst de behandeling van de hoger beroepen totdat het Hof uitspraak heeft gedaan.
Uitkomst: Behandeling van hoger beroepen geschorst en prejudiciële vragen voorgelegd aan het Hof van Justitie over de behandeling van nieuwe asielmotieven in beroep.