ECLI:NL:RVS:2011:BR1393
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding immateriële schade wegens weigering registratie verklaring van geschiktheid
Het CBR weigerde op 6 augustus 2007 de registratie van een verklaring van geschiktheid voor de appellant. Na een eerdere uitspraak die dit besluit herroept, verzocht appellant om vergoeding van immateriële schade wegens de onterechte weigering. Het CBR wees dit verzoek af omdat de schade niet aannemelijk was gemaakt en omdat de situatie niet vergelijkbaar is met strafrechtelijke invordering van een rijbewijs.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het niet registreren van de verklaring geen bestraffende sanctie is en dat er geen sprake is van aantasting van eer of goede naam in de zin van artikel 164, negende lid, WVW. Appellant stelde dat zijn fundamentele rechten waren geschonden en dat hij ernstig werd belemmerd in zijn sociale en zakelijke leven, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
De Raad van State overwoog dat het besluit geen diffamerend karakter heeft en niet heeft geleid tot ernstige psychische schade. Ook is het niet zelf kunnen besturen van een auto geen aantasting van de persoon omdat alternatieve vervoersmogelijkheden blijven bestaan. Verder is er geen grond voor een forfaitaire schadevergoeding analoog aan artikel 164 WVW Pro omdat het hier een bestuursrechtelijke maatregel betreft.
Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van vergoeding immateriële schade door het CBR wordt bevestigd.