ECLI:NL:RBUTR:2012:BX4205
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na ongeldigverklaring rijbewijs op grond van bestuursrecht
Eiser verzocht vergoeding van schade nadat zijn rijbewijs op grond van artikel 132 Wegenverkeerswet Pro 1994 ongeldig werd verklaard. Hoewel het besluit later werd ingetrokken, wees verweerder het verzoek om schadevergoeding af wegens onvoldoende bewijs van vermogensschade en het ontbreken van een aantasting in de persoon.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt welke concrete inkomensschade hij had geleden door het mislopen van banen. Ook was er geen sprake van aantasting van zijn eer, goede naam of ernstige psychische schade. De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat een bestuursrechtelijke ongeldigverklaring niet gelijkgesteld kan worden aan strafrechtelijke invordering, waarvoor een forfaitaire schadevergoeding geldt.
De rechtbank concludeerde dat de wetgever bewust alleen bij strafrechtelijke invordering een forfaitaire schadevergoeding toekent en dat eiser deze keuze moet accepteren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser op schadevergoeding wegens ongeldigverklaring van zijn rijbewijs wordt ongegrond verklaard.