ECLI:NL:RVS:2013:1143
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- R.W.L. Loeb
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na ongeldigverklaring rijbewijs door CBR
Het CBR verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig wegens het niet meewerken aan een geschiktheidsonderzoek en weigerde vervolgens een schadevergoeding toe te kennen. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij vermogensschade had geleden en wees zijn beroep af. Appellant stelde dat hij ook immateriële schade had geleden, zoals aantasting van zijn eer en goede naam en beperking van zijn bewegingsvrijheid.
De Raad van State overwoog dat voor immateriële schade onder artikel 6:106 BW Pro vereist is dat de aansprakelijke persoon het oogmerk had om zodanig nadeel toe te brengen of dat er aantasting van eer of persoon is. Het CBR had geen oogmerk om appellant nadeel toe te brengen en de ongeldigverklaring was geen besluit met diffamerend karakter. Ook was niet aannemelijk dat appellant psychisch letsel had opgelopen of dat zijn bewegingsvrijheid wezenlijk was beperkt, omdat andere vervoersmogelijkheden openstonden.
De Raad van State verwierp het beroep van appellant en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding ongewijzigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.