ECLI:NL:RVS:2009:BK2255
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling interstatelijk vertrouwensbeginsel bij overdracht asielzoeker aan Griekenland
De staatssecretaris van Justitie wees een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af aan de vreemdeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de staatssecretaris niet zonder nader onderzoek aan het interstatelijk vertrouwensbeginsel had mogen vasthouden. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het op de weg van de rechtbank lag om te beoordelen of de vreemdeling met concrete feiten aannemelijk had gemaakt dat Griekenland het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 EVRM Pro niet naleeft. De rechtbank had dit onvoldoende gedaan door enkel te verwijzen naar het arrest S.D. tegen Griekenland en ongemotiveerde interim measures van het EHRM.
De Raad stelde vast dat de ingebrachte rapporten en jurisprudentie geen concrete aanwijzingen bevatten dat Griekenland systematisch zijn internationale verplichtingen schendt jegens overgedragen asielzoekers. Hoewel detentie bij aankomst in Griekenland mogelijk is en omstandigheden zorgwekkend kunnen zijn, is niet aannemelijk gemaakt dat dit een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.