ECLI:NL:RBSGR:2010:BL7093
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Griekenland op grond van Dublinverordening
Verzoeker, een Iraakse asielzoeker, heeft meerdere aanvragen tot verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend, die telkens werden afgewezen. Na vernietiging van eerdere uitspraken door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, werd een nieuwe aanvraag ingediend en afgewezen. Verzoeker stelde dat er nieuwe feiten en omstandigheden zijn, waaronder rapporten van internationale organisaties en mensenrechteninstanties, die aantonen dat Griekenland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt, waardoor overdracht aan Griekenland niet langer verantwoord is.
De voorzieningenrechter overwoog dat een gedegen beoordeling van de overgelegde rapporten en een vergelijking met eerdere rapporten noodzakelijk is, maar dat dit niet binnen het bestek van de voorlopige voorziening valt. Wel achtte de rechter het niet uitgesloten dat de rapporten afbreuk kunnen doen aan het eerdere besluit. De afwijzing van een interim measure door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens doet hieraan niet af, omdat geen gemotiveerde afwijzing is overgelegd.
Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de jurisprudentie achtte de voorzieningenrechter het aannemelijk dat de situatie in Griekenland mogelijk zodanig is gewijzigd dat de uitzetting niet kan plaatsvinden voordat het beroep is behandeld. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, de uitzetting verboden en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting van verzoeker naar Griekenland totdat op het beroep is beslist en wijst de voorlopige voorziening toe.