ECLI:NL:RBSGR:2010:BL6943
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Griekenland op grond van Dublinverordening
Verzoekers, allen Iraanse nationaliteit, dienden asielaanvragen in Nederland in, maar deze werden afgewezen omdat Griekenland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Verzoekers stelden dat Griekenland niet langer verantwoordelijk was omdat zij door Griekse autoriteiten waren uitgezet en daarna langer dan drie maanden buiten het Dublingebied verbleven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de verantwoordelijkheid van Griekenland niet was geëindigd, omdat de verwijdering naar Turkije feitelijk was en Turkije geen legaal verblijfsland was. Ook het betoog dat het verblijf buiten het Dublingebied de verantwoordelijkheid beëindigde, werd verworpen wegens onvoldoende verifieerbare bewijsvoering.
Verzoekers voerden aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet op Griekenland van toepassing was vanwege rapporten die illegale uitzettingen en slechte asielomstandigheden aantonen. De rechtbank vond dat deze rapporten voldoende concrete aanwijzingen bevatten om de presumptie van naleving van verdragsverplichtingen door Griekenland te weerleggen.
Daarmee woog het belang van verzoekers om de behandeling van hun asielberoepen in Nederland af te wachten zwaarder dan het belang van verweerder om overdracht aan Griekenland te effectueren. De voorlopige voorziening werd toegewezen en uitzetting opgeschort totdat op de beroepschriften is beslist.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting naar Griekenland wordt opgeschort totdat op de beroepschriften is beslist.