Uitspraak
200708483/1overweegt de rechtbank dat de korpsbeheerder verstrekking van gegevens over de inzet van politiepersoneel, zoals draaiboeken, journaals, rapporten en plannen van aanpak in redelijkheid heeft kunnen weigeren op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wob. Voor zover het onderhavige informatieverzoek betrekking heeft op documenten ter zake van het incident achter een school aan de Werflaan 2 in Zoetermeer op 9 juli 2007 heeft de korspbeheerder, aldus de rechtbank, zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van opsporing van strafbare feiten, aangezien het politieonderzoek nog lopende is. De rechtbank acht het door [appellant] daartegen in beroep aangevoerde onvoldoende om te komen tot een ander oordeel hieromtrent.
200708483/1, zou openbaarmaking daarvan de effectiviteit en veiligheid van dat optreden bij toekomstige acties ter handhaving van de openbare orde in gevaar kunnen brengen. Een categorale weigering als hier is geschied, is echter niet toereikend. Er zal per document of onderdeel daarvan moeten worden bepaald of openbaarmaking ertoe kan leiden dat de effectiviteit en veiligheid van politieoptreden bij toekomstige acties ter handhaving van de openbare orde in gevaar kunnen worden gebracht en zo ja of aan die concrete omstandigheid zodanig gewicht moet worden toegekend dat het belang van openbaarmaking daarvoor moet wijken. Nu een dergelijke afweging ontbreekt, had de rechtbank tot het oordeel moeten komen dat het bij haar bestreden besluit ook in zoverre wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb voor vernietiging in aanmerking komt.
200300829/1) is in artikel 28 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een bijzondere en uitputtende regeling voor openbaarmaking vervat. Dit artikel behelst een exclusieve bevoegheid voor de griffier om een beslissing te nemen op het verzoek van een ieder die dat verlangt om een afschrift van processtukken die een civiele procedure betreffen.
200807811/1/H3, is het in dit geval noodzakelijk dat de korpsbeheerder zijn weigering de gegevens die tot identificatie zouden kunnen leiden openbaar te maken, motiveert en hierbij betrekt welke andere gegevens hij wel openbaar maakt en hoe deze gegevens, in combinatie met elkaar, tot identificatie van extreemrechtse jongeren zouden kunnen leiden. De Afdeling acht de door de korpsbeheerder gegeven motivering in het besluit op bezwaar van 24 juni 2009 en de nadere toelichting hierop in zijn verweerschrift toereikend. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat het een bijzondere groep personen betreft, die herkenbare kleding dragen en op verschillende momenten worden gevolgd. Gelet daarop dient bij openbaarmaking van gegevens van hen die tot identificatie zouden kunnen leiden, een grote terughoudendheid in acht te worden genomen. Het betoog faalt.