Uitspraak
200103200/1, heeft de Afdeling appellanten sub 2 in die zaak toegelaten tot het geding als derde belanghebbenden. In hetgeen appellanten sub 1 hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding thans ten aanzien van de belanghebbendheid van appellanten sub 2 tot een ander oordeel te komen. Evenmin is daarin grond gelegen voor het oordeel dat de rechtbank appellanten sub 3 ten onrechte als belanghebbenden heeft aangemerkt.
200104047/1(AB 2003,53) overwogen, dat de keuze van het college voor het instrument van de last onder dwangsom in beginsel geen afzonderlijke motivering behoeft. Artikel 5:32 van Pro de Awb biedt het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het toepassen van bestuursdwang de keuze voor het opleggen van een last onder dwangsom, met dien verstande dat voor het opleggen van een dwangsom niet wordt gekozen indien het belang dat het betrokken voorschrift beoogt te beschermen zich daartegen verzet. Dit laatste is hier niet het geval nu niet valt in te zien dat de belangen die worden beschermd door de opgelegde herplantplicht in dit geval aan de oplegging van een dwangsom in de weg staan. Evenmin is sprake van een urgente situatie of onomkeerbare gevolgen die tot toepassing van bestuursdwang nopen. Dat het college tegenover appellanten sub 2 de toepassing van bestuursdwang in het vooruitzicht heeft gesteld kan er niet toe leiden dat moet worden geoordeeld dat het college niet in redelijkheid, alle omstandigheden van het geval afwegend, het instrument van de last onder dwangsom om juridische en praktische redenen een geschikter middel heeft mogen achten dan het instrument van bestuursdwang.
200304367/1, overweegt de Afdeling dat voor het voldoen aan de last in dit geval geen vergunning is vereist, omdat de gegeven last de vereiste toestemming impliceert om aan die last te voldoen.