ECLI:NL:RVS:2003:AF7629
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- W. van den Brink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging volledige toetsing van declaratiegeschil door voorzitter notariële beroepsorganisatie
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen waarin de voorzitter van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) werd verplicht een nieuwe beslissing te nemen over een declaratiegeschil met een cliënt. De voorzitter had eerder de klacht en het bezwaar van de cliënt afgewezen.
De kern van het geschil was de vraag of de voorzitter als bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volledig moest toetsen of de declaratie van de notaris juist en noodzakelijk was, of dat een marginale toetsing volstond vanwege het vrije tarievenstelsel. De voorzitter stelde dat alleen een marginale toetsing vereist was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de memorie van toelichting bij artikel 55 Wna Pro duidelijk maakt dat een volledige toetsing vereist is, waarbij de voorzitter zich ook moet uitlaten over de noodzaak van de verrichte werkzaamheden. Dit oordeel geldt ook onder het vrije tarievenstelsel. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 23 april 2003 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.