ECLI:NL:RBZUT:2004:AO2687
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Klacht over hoogte notarisdeclaratie niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken namenscollega
In deze bestuursrechtelijke zaak betrof het een geschil over de hoogte van een declaratie van een notaris voor werkzaamheden aan statuten en een huishoudelijk reglement. Een derde-partij had verweerder verzocht de juistheid van de declaratie te beoordelen. Verweerder stelde de declaratie bij en wees het bezwaar van eiser tegen dit besluit af.
Eiser had namens zijn collega notaris een dossier met werkuren en tarieven aan de derde-partij gestuurd, maar maakte niet uitdrukkelijk bezwaar namens die collega. De rechtbank oordeelde dat verweerder het bezwaar van eiser had moeten verklaren als niet-ontvankelijk, omdat van een notaris verwacht mag worden dat hij duidelijk maakt namens wie hij optreedt bij het aanwenden van rechtsmiddelen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het bezwaarschrift niet-ontvankelijk en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. Tevens werd benadrukt dat verweerder niet bevoegd is zelf een declaratie vast te stellen en dat de notaris verplicht is een duidelijke rekening op te maken volgens de Wet op het notarisambt.
Uitkomst: Het bezwaarschrift van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een uitdrukkelijke verklaring namens zijn collega notaris.