Uitspraak
200204489/1. Appellante betoogt dat geen volledige beoordeling van de declaratie heeft plaatsgevonden, nu de in de declaratie opgenomen kosten van derden niet zijn beoordeeld door de rechtbank.
Raad van State
Bij besluit van 7 april 2004 heeft de voorzitter van de Ring Haarlem van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie de declaratie van een notaris onjuist en te hoog bevonden. Na bezwaar en herroeping van een deel van het besluit heeft de rechtbank Haarlem het beroep van appellante ongegrond verklaard. Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de bevoegdheid van de voorzitter beperkte tot het honorarium en niet ook de kosten van derden betrok.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat artikel 55 van Pro de Wet op het notarisambt (Wna) de beoordeling beperkt tot kosten die betrekking hebben op de ambtelijke werkzaamheden van de notaris. Kosten van derden die niet direct verband houden met deze werkzaamheden vallen hier niet onder. De rechtbank heeft dit correct toegepast door alleen de posten te betrekken die direct verband houden met de wettelijke werkzaamheden, zoals recherchekosten voor levering en hypotheek, maar niet de kosten voor vergoeding aan de verkoper, ingebrekestelling en makelaardij.
De Afdeling bevestigt dat de voorzitter binnen deze grenzen een volledige toetsing moet doen, maar zich niet kan uitlaten over posten die niet als honorarium of overige aan de zaak verbonden kosten in de zin van artikel 55 Wna Pro kunnen worden aangemerkt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.