ECLI:NL:RVS:2001:AD5964
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgeldigheid afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
Bij besluit van 19 juli 2001 wees de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De president van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage verklaarde dit besluit op 3 augustus 2001 onterecht en vernietigde het. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State heeft de grieven van de staatssecretaris onderzocht, waaronder de vraag of de aanvraag in het aanmeldcentrum terecht was afgewezen en de interpretatie van een ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken over arrestatierisico's bij littekens van teruggekeerde Tamils uit Sri Lanka. De Raad oordeelde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over het risico van detentie op grond van littekens en dat het ambtsbericht als deskundigenadvies objectief en onpartijdig was opgesteld.
De Raad stelde vast dat de staatssecretaris niet hoefde te onderzoeken of de vreemdeling een verhoogd risico liep op een schending van artikel 3 EVRM Pro op basis van de littekens, omdat het ambtsbericht geen aanwijzingen gaf voor een dergelijk risico. Ook de aanvullende stellingen van de vreemdeling over recente aanslagen in Sri Lanka werden niet als voldoende grief aangemerkt.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Het hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en het beroep tegen het afwijzingsbesluit van de staatssecretaris werd alsnog afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, waardoor de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.