ECLI:NL:RBDHA:2013:14899
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige Turkse ondernemer wegens ontbreken wezenlijk Nederlands economisch belang
Eiser, een Turkse zelfstandige ondernemer, vroeg op 15 september 2011 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan om als zelfstandige te werken. Verweerder vroeg advies aan de minister van EL&I, die op 29 mei 2012 en 1 oktober 2012 negatief adviseerde vanwege het ontbreken van een wezenlijk Nederlands economisch belang. Verweerder wees de aanvraag op 4 juni 2012 af en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond.
Eiser stelde dat het mvv-vereiste niet op hem van toepassing was volgens het Besluit 1/80 en dat het negatieve advies onvolledig en onjuist was, onder meer omdat recente jaarcijfers en omzetbelastingaangiften niet waren meegenomen. Hij verwees naar het Savas-arrest en stelde dat de huidige wetgeving in strijd is met het Aanvullend Protocol.
De rechtbank oordeelde dat het toetsingskader van verweerder in lijn is met het Aanvullend Protocol en dat het advies van Agentschap NL als deskundigenadvies geldt, waaraan verweerder terecht zijn besluit heeft ontleend. Eiser kon niet aantonen dat het advies onjuist of onvolledig was. De rechtbank vond dat verweerder terecht het mvv-vereiste toepaste en dat het beroep ongegrond is.
Ten aanzien van de hoorplicht oordeelde de rechtbank dat verweerder mocht afzien van het horen van eiser in bezwaar omdat redelijkerwijs geen twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden. De rechtbank wees het beroep af en veroordeelde eiser niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.