ECLI:NL:RBZWB:2026:5562
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing individuele inkomenstoeslag 2025 wegens niet langdurig laag inkomen
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag voor het jaar 2025 op grond van de Participatiewet. Orionis heeft deze aanvraag afgewezen omdat eisers niet voldeden aan de voorwaarde dat zij gedurende drie jaar voorafgaand aan de peildatum een langdurig laag inkomen hadden. Eisers ontvingen in de referteperiode een bijstandsuitkering naar de norm voor gehuwden, terwijl zij volgens de herziening slechts recht hadden op een uitkering voor een alleenstaande.
Eisers stelden dat door de terugvordering van de te veel betaalde bijstand hun inkomen feitelijk op het niveau van een alleenstaande kwam, maar de rechtbank oordeelde dat het feitelijk ontvangen inkomen leidend is. Omdat slechts een klein deel van de terugvordering binnen de referteperiode was afgelost, beschikten eisers feitelijk over een hoger inkomen dan toegestaan.
Daarnaast verwierp de rechtbank het beroep van eisers dat Orionis onterecht een nieuwe weigeringsgrond hanteerde, dat de hardheidsclausule niet werd toegepast en dat het besluit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank concludeerde dat Orionis de belangen zorgvuldig had afgewogen en het besluit voldoende had gemotiveerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag omdat eisers niet langdurig een laag inkomen hadden.