ECLI:NL:CRVB:2018:4118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering individuele inkomenstoeslag wegens ontbreken langdurig laag inkomen
Appellanten verzochten om een individuele inkomenstoeslag, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd afgewezen op grond dat zij niet gedurende de referteperiode van vijf jaar een langdurig laag inkomen hadden. Dit besluit werd door de rechtbank Rotterdam bevestigd.
In hoger beroep stelden appellanten dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom geen sprake was van langdurig laag inkomen en dat er geen beoordeling was gemaakt van hun zicht op inkomensverbetering, mede gelet op de arbeidsmarktpositie en leeftijd. Tevens werd een beroep gedaan op de hardheidsclausule.
De Raad oordeelde dat het aan appellanten is om aannemelijk te maken dat zij aan de voorwaarden voldoen, waaronder het niet overschrijden van de bijstandsnorm in de referteperiode. Het college heeft gemotiveerd dat appellanten in een deel van de referteperiode een hoger inkomen hadden en een vordering niet volledig hebben terugbetaald. Hierdoor was een beoordeling van het zicht op inkomensverbetering niet meer aan de orde. Ook waren geen feiten gesteld die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de individuele inkomenstoeslag wegens het ontbreken van langdurig laag inkomen.