ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- W.F. Claessens
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstandsuitkering wegens verwijtbaar gedrag
Appellant is op staande voet ontslagen wegens het ontvreemden en doorverkopen van bedrijfsgoederen en heeft daarop een aanvraag voor bijstand ingediend. Het college heeft een maatregel opgelegd waarbij de bijstand met 100% voor de duur van een maand werd verlaagd, omdat appellant ernstig tekortgeschoten zou zijn in het verkrijgen of behouden van arbeid.
Appellant maakte bezwaar tegen deze maatregel, onder meer met het argument dat hij niet was geïnformeerd over de afstemming van zijn bijstand en dat het college onterecht de grondslag van de maatregel wijzigde, wat zou leiden tot een verslechtering van zijn positie. Ook stelde hij dat zijn financiële situatie aanleiding gaf tot matiging van de maatregel.
De Raad oordeelt dat het college terecht heeft geoordeeld dat appellant zeer ernstig tekortgeschoten is en dat de maatregel terecht is opgelegd. De wijziging van de grondslag in bezwaar leidt niet tot een verslechtering van appellant's positie en het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat appellant voldoende geïnformeerd was. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de maatregel onredelijk zwaar is.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en blijft de verlaging van de bijstand met 100% gedurende een maand van kracht.
Uitkomst: De maatregel van verlaging van de bijstand met 100% gedurende een maand wordt bevestigd.