ECLI:NL:RBZWB:2025:9239
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van een naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 23 december 2025 wordt het beroep van belanghebbende, een B.V., tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst beoordeeld. De inspecteur had een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) opgelegd van € 4.341, welke door de rechtbank als terecht werd beoordeeld. De rechtbank behandelt de vraag of de inspecteur het vertrouwensbeginsel heeft geschonden en of de herleidingsmethode voor de BPM kan worden toegepast. De rechtbank concludeert dat de naheffingsaanslag niet te hoog is vastgesteld en dat er geen sprake is van schending van het vertrouwensbeginsel. Tevens wordt er een verzoek om immateriële schadevergoeding behandeld, waarbij de rechtbank vaststelt dat de redelijke termijn voor de behandeling van het geschil is overschreden. De rechtbank kent belanghebbende een schadevergoeding van € 2.500 toe, waarvan een deel voor rekening van de inspecteur en de Staat komt. De uitspraak wordt openbaar gemaakt en partijen worden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.