ECLI:NL:RBZWB:2025:5643
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt verzuimboete en verklaart bezwaren tegen belastingaanslagen 2017 en 2018 ontvankelijk
Belanghebbende, woonachtig in Spanje sinds 2006, maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2017 en 2018, die door de inspecteur waren opgelegd en verzonden naar een adres in de Dominicaanse Republiek. De inspecteur had de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en een verzuimboete opgelegd bij de aanslag 2018.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur ten onrechte de bezwaren niet-ontvankelijk heeft verklaard. Belanghebbende had geen fiscale band met Nederland en hoefde geen adreswijziging door te geven aan de Belastingdienst. De inspecteur mocht uitgaan van het bij hem bekende adres in de Dominicaanse Republiek, ook al was dit onvolledig. De termijnoverschrijding is verschoonbaar omdat belanghebbende de aanslagen niet heeft ontvangen.
Verder vernietigt de rechtbank de verzuimboete omdat belanghebbende alle redelijk te verwachten zorg heeft betracht. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de termijnoverschrijding alleen betrekking had op de boete en de schending van artikel 6 EVRM Pro voldoende is gecompenseerd.
De rechtbank wijst een proceskostenvergoeding toe van €1.814,- en bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van €50,- moet vergoeden. De aanslagen en belastingrentebeschikkingen zijn gehandhaafd zoals verminderd naar nihil bij eerdere beschikkingen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de bezwaren ontvankelijk, vernietigt de verzuimboete en wijst proceskostenvergoeding toe, maar wijst immateriële schadevergoeding af.