ECLI:NL:RBZWB:2025:3619
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag BPM verminderd wegens essentiële gebreken en overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende deed aangifte voor de registratie van een BMW X3 en betaalde BPM op basis van een taxatierapport met schadewaardering. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op, gebaseerd op een hertaxatie die stelde dat de auto essentiële gebreken had, waardoor geen schadeaftrek mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de auto op het moment van registratie door de RDW was goedgekeurd en dus geen essentiële gebreken had. Het taxatierapport kon daarom niet als bewijs voor schade op dat moment dienen. Hierdoor was de naheffingsaanslag te hoog en diende deze verminderd te worden.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de redelijke termijn voor afhandeling van het bezwaar met negen maanden was overschreden, waardoor belanghebbende recht had op een immateriële schadevergoeding. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit, mat de naheffingsaanslag en veroordeelde de inspecteur en de Staat tot betaling van schadevergoedingen en proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM is verminderd tot € 4.839 en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.