ECLI:NL:RBZWB:2025:193
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van €4.499 opgelegd door de inspecteur na taxatie van een gebruikte Land Rover Range Rover Evoque. De inspecteur baseerde de aanslag op een taxatierapport van Domeinen Roerende Zaken (DRZ) met een afschrijving van 75,92% en een schadevaststelling van €174.
Belanghebbende voerde aan dat de schade hoger was dan erkend en dat het forfaitaire afschrijvingstabel onjuist was toegepast. De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor de schade bij belanghebbende lag, die onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er meer schade was dan door DRZ vastgesteld. Ook was de inspecteur niet gebonden aan branchebeleid omtrent gebruiksschade. De forfaitaire tabel werd geaccepteerd als vangnet en niet in strijd met Unierecht.
De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn van behandeling van bezwaar en beroep met circa 18 maanden was overschreden, waardoor belanghebbende recht had op een immateriële schadevergoeding van €1.500. Tevens werd proceskostenvergoeding toegekend voor de rechtsbijstand en het griffierecht.
Het beroep werd ongegrond verklaard, maar de inspecteur werd veroordeeld tot betaling van immateriële schadevergoeding, griffierecht en proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter V.A. Burgers op 15 januari 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding en proceskosten toegekend wegens termijnoverschrijding.