Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 12 april 2024 een termijn had gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van twee weken op, conform artikel 8:55d van de Awb, en bevestigt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500.
De rechtbank verklaart zich onbevoegd om de rechterlijke dwangsom vast te stellen en wijst eiseres toe het griffierecht en proceskosten van in totaal €504,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 10 januari 2025.