Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking kinderopvangtoeslag over de jaren 2005 tot en met 2011. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist, ondanks een verlenging en ingebrekestelling door eiseres.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat verweerder binnen zes weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van deze termijn.
Daarnaast stelt de rechtbank de reeds door verweerder verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op €1.442 en veroordeelt verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is gebaseerd op de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank benadrukt het belang van tijdige besluitvorming en handhaaft de sancties om naleving van de beslistermijnen te bevorderen.