ECLI:NL:RBZWB:2024:5983
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkstelling vennoot voor naheffingsaanslag loonheffingen vof
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 26 augustus 2024 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijke beroep van een vennoot tegen een beschikking tot aansprakelijkstelling voor een naheffingsaanslag loonheffingen opgelegd aan de vennootschap onder firma (vof).
De ontvanger stelde belanghebbende aansprakelijk omdat de vof in gebreke was met betaling van de naheffingsaanslag loonheffingen over de periode 1 januari 2012 tot en met 30 mei 2015. Belanghebbende slaagde er niet in zich te disculperen, mede omdat zij als vennoot verantwoordelijk is voor tijdige betaling en zij niet aannemelijk maakte dat zij niet op de hoogte was van het niet betalen.
De rechtbank oordeelde dat de loonadministratie van de vof ernstige gebreken vertoonde, onder meer doordat niet alle gewerkte uren en lonen waren verantwoord en er sprake was van onderrapportage. De inspecteur had een redelijke schatting gemaakt van de verschuldigde loonheffingen op basis van urenbriefjes, verklaringen en cameraobservaties. Belanghebbende kon deze schatting niet overtuigend weerleggen.
Gelet op de omvang en aard van de tekortkomingen werd de bewijslast omgekeerd en verzwaard, waardoor belanghebbende moest aantonen dat de naheffingsaanslag onjuist was. Dit is niet gelukt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aansprakelijkstelling tot een bedrag van € 447.274.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de aansprakelijkstelling tot € 447.274.