ECLI:NL:RBZWB:2023:4400
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende betwist de naheffingsaanslag BPM opgelegd door de inspecteur en voert onder meer aan dat de historische nieuwprijs en de waardevermindering wegens schade onjuist zijn vastgesteld. De rechtbank stelt vast dat de naheffingsaanslag terecht en correct is opgelegd, omdat de inspecteur de bruto BPM juist heeft gebaseerd op de referentieauto en de schadeclaims onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt. De door belanghebbende gestelde schade betreft normale gebruiksschade die niet in mindering kan worden gebracht.
Daarnaast heeft belanghebbende een verzoek ingediend voor immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende recht heeft op een vergoeding van € 500, ondanks het 'no cure no pay'-contract met de gemachtigde, en veroordeelt de inspecteur tot betaling hiervan. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak bevestigt de naheffingsaanslag en wijst het bezwaar af, maar kent de immateriële schadevergoeding en proceskosten toe aan belanghebbende. De uitspraak is gedaan door rechter M.H. van Schaik en is openbaar gemaakt op 22 juni 2023.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt bevestigd, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding van € 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.