Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 maart 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats 1], belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur,
de Minister van Veiligheid en Justitie, de Minister.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Met betrekking tot de jaren 2011 en 2012
Met betrekking tot het jaar 2016
Heffings- en belastingrente
Overschrijding redelijke termijn
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 4.386;
- veroordeelt de Minister tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 2.614;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 418,50 proceskosten aan belanghebbende;
- veroordeelt de Minister tot betaling van € 418,50 proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de inspecteur van het griffierecht € 47,50 aan belanghebbende moet vergoeden;
- bepaalt dat de Minister van het griffierecht van € 47,50 aan belanghebbende moet vergoeden