ECLI:NL:HR:2020:1237
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid Inspecteur tot heffing premie volksverzekeringen bij Rijnvarenden
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2007 en 2009, waarbij hij vrijstelling voor premie volksverzekeringen vroeg vanwege zijn status als Rijnvarende. De Inspecteur had slechts gedeeltelijke vrijstelling toegepast.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende aan de criteria van het Rijnvarendenverdrag voldeed en bevestigde de bevoegdheid van de Inspecteur om de premieplicht vast te stellen op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). Belanghebbende stelde in cassatie dat deze bevoegdheid ontbrak.
De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat de Inspecteur ook zonder voorafgaande vaststelling door een bevoegde instantie in het sociaal zekerheidsrecht de premieplicht kan vaststellen en premie kan heffen. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard zonder verdere motivering, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de bevoegdheid van de Inspecteur tot heffing van premie volksverzekeringen wordt bevestigd.