Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2022 in de zaak tussen
[belanghebbende] , te [plaats] , belanghebbende
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Inleiding
.
Overwegingen
kennelijkongegrond omdat de termijn om te beslissen op het bezwaar tegen de aanslag watersysteemheffing nog niet was aangevangen, zodat van een schending van de hoorplicht geen sprake is.