Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
Ten slotte wordt nog opgemerkt dat in afwijking van de hiervóór geschetste lijn, waarbij vanwege de tekst van artikel 18 van Pro het huidige Belgisch-Nederlandse belastingverdrag van 19 oktober 1970 noodzakelijkerwijs een onderscheid wordt gemaakt tussen ingegane en niet-ingegane pensioenen en lijfrenten, dan wel de afkoop daarvan, de evenwichtige verhouding van artikel 18 van Pro het nieuwe verdrag elke pensioen- en lijfrenteuitkeringalsmede elke afkoop van pensioen- en lijfrenteuitkeringen omvat. In detail is vorenbedoelde evenwichtige
De artikelen 15 tot en met 20 vormen een gesloten systeem, waarin de lex specialis van de artikelen 16 tot en met 20 voorgaat op de lex generalis van artikel 15 en Pro waarin artikel 15 zonodig Pro als restartikel fungeert. Met betrekking tot beloningen die worden verkregen ter zake van in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden wordt derhalve niet aan de toepassing van de bepalingen van artikel 21 toegekomen Pro.”
5.Vergoeding van immateriële schade
6.Proceskosten
7.Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van immateriële schade voor een bedrag van € 100, tot vergoeding van proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 43,40 en tot vergoeding van de helft van het door belanghebbende betaalde griffierecht, dus € 23;
- veroordeelt de Minister tot vergoeding van immateriële schade voor een bedrag van € 1.900, tot vergoeding van proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 43,40, en tot vergoeding van de helft van het door belanghebbende betaalde griffierecht, dus € 23.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: