Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende had een Range Rover geregistreerd in Nederland en betaalde BPM. Na export naar Duitsland vroeg hij teruggaaf van BPM aan. De inspecteur verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en verleende ambtshalve een teruggaaf zonder rentevergoeding. Belanghebbende maakte bezwaar tegen beide besluiten.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat het teruggaafverzoek tijdig en naar het juiste adres is verzonden, waardoor de inspecteur terecht het verzoek niet-ontvankelijk verklaarde. Tevens is geen recht op belastingrente, omdat de inspecteur binnen de wettelijke termijn heeft beslist en de Hoge Raad oordeelde dat de teruggaafregeling niet strijdig is met EU-recht.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter M.H. van Schaik en in het openbaar uitgesproken te Breda op 9 november 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het BPM-teruggaafverzoek en de afwijzing van belastingrentevergoeding wordt ongegrond verklaard.