Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Overwegende dat:
3.Geschil
4.Toepasselijke wetgeving (teksten 2008-2011)
aals de onder
bbedoelde leerweg.
atot en met
e, richten zich op de kwalificatie voor opeenvolgende niveaus van beroepsuitoefening, waarbij de assistentopleiding is gericht op het eerste en de middenkaderopleiding en de specialistenopleiding op het vierde en hoogste niveau van beroepsuitoefening.
c, bedoelde deel van de eindtermen heeft gerealiseerd. Het bevoegd gezag betrekt bij die beoordeling het oordeel van het bedrijf onderscheidenlijk de organisatie, met inachtneming van de desbetreffende in de onderwijs- en examenregeling op te nemen regels.
5.Beoordeling van het geschil
6.Proceskosten en griffierecht
7.Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt de Minister van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt de Minister van Veiligheid en Justitie in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 620:
- gelast dat de Minister van Veiligheid en Justitie het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 328 aan haar vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: