ECLI:NL:RBSGR:2012:BY5600
Rechtbank 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beslissing over inbeslagneming dossiers advocaat en reikwijdte verschoningsrecht
In deze zaak stond de inbeslagneming van dossiers van een advocaat centraal, waarbij het verschoningsrecht van de advocaat werd betwist. De rechter-commissaris had de dossiers in beslag genomen zonder expliciete toetsing vooraf aan zeer uitzonderlijke omstandigheden, maar gaf betrokkenen daarna gelegenheid tot kennisneming en standpuntbepaling. De rechtbank oordeelt dat deze procedure weliswaar geen wettelijke basis heeft, maar door de zorgvuldigheid geen schending van rechten opleverde.
De kernvraag was of de dossiers corpora delicti bevatten, wat rechtvaardigt dat het verschoningsrecht wordt doorbroken. De rechtbank stelt vast dat noch uit het dossier noch uit de zitting blijkt dat de dossiers corpora zijn. Ook zijn de omstandigheden niet van die aard dat het verschoningsrecht zonder meer mag worden doorbroken. De verdenking tegen de advocaat betreft relatief beperkte feiten en geen crimineel samenwerkingsverband.
De rechtbank benadrukt dat het verschoningsrecht van een advocaat zwaarwegend is en alleen bij zeer uitzonderlijke omstandigheden mag worden doorbroken. De enkele verdenking van strafbare feiten is daarvoor onvoldoende. De rechtbank wijst de redenering af die het verschoningsrecht zou kunnen doorbreken vanwege ontwrichtend effect op het vertrouwen in advocaten, mede omdat de kerntaak van een advocaat verschilt van die van een notaris.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beklag gegrond en gelast zij de teruggave van de inbeslaggenomen dossiers aan de advocaat. Hiermee wordt het beslag opgeheven en wordt het verschoningsrecht van de advocaat gerespecteerd.
Uitkomst: Het beklag wordt gegrond verklaard en de inbeslaggenomen dossiers worden aan de advocaat teruggegeven.