ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7945
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens gebrek aan uitzicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiser, van Guinese nationaliteit, is op 16 februari 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege diverse gronden waaronder het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs en het gebruik van valse documenten. Eiser stelde beroep in tegen deze bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank constateerde dat sinds 2009 geen nieuwe laissez-passers door de Guinese autoriteiten zijn verstrekt en dat verweerder geen concrete termijn heeft gegeven waarbinnen overleg met Guinee zal plaatsvinden om tot een wijziging te komen. Hierdoor is er geen uitzicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, waardoor de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was.
De rechtbank kende eiser schadevergoeding toe voor de periode van 16 februari tot 15 maart 2011, berekend volgens richtlijnen voor immateriële schade bij inverzekeringstelling. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De maatregel tot vrijheidsontneming werd opgeheven met ingang van 15 maart 2011.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring van eiser wordt opgeheven wegens gebrek aan uitzicht op uitzetting binnen redelijke termijn en eiser krijgt schadevergoeding toegekend.